Recente Tweets
Het leiden


 

Een paard begeleiden kan natuurlijk erg makkelijk zijn, maar kan ook zo zijn moeilijke kanten hebben. Met een dominant paard zal het meer moeite kosten om hem of haar goed te begeleiden, dan een braaf onderdanig paard. Wanneer begeleid je je paard nou echt "goed"? Zijn er meerdere leidposities, of moet het paard altijd achter je lopen?

 

De oefening

Een paard goed begeleiden is niet lastig, mits je paard niet dominant is. Is jouw paard wel dominant (wilt de baas over je zijn, haalt je in, en loopt over je heen), is deze oefening erg belangrijk. Sita was in het begin ook een erg dominante merrie, en deze oefening heeft veel geholpen om dit minder te maken. We herhalen deze oefening dan ook dagelijks, dus is belangrijk om een keer te doen met je paard.

Er zijn verschillende leidposities. Recht voor je paard, schuin voor je paard (zijn hoofd iets achter jouw schouder), en bij de drijflijn, net achter de schouder. Voor deze oefening nemen we de leidpositie schuin voor het paard. Werk hierbij met een halster en touw. Begin met je paard te lopen door de bak. Zorg dat jouw hand voor het hoofd is van jouw paard, en het hoofd schuin achter je, bij je schouder. Het paard moet jouw hand volgen. Probeer een keer halt te houden, dit kan o.a. met je stem, en door je tempo te verminderen. Stopt jouw paard met zijn hoofd voor jouw schouder, zet je m een paar passen achterwaarts, naar de plek waar je wilde dat ie stopte. Zo vertel je tegen je paard dat je wilde dat het eerder stopte, achter jouw schouder, en niet er voor. Blijf dit een aantal keren herhalen, ook tijdens het stappen mag jouw paard je niet inhalen. Zodra je merkt dat jouw paard je probeert in te halen tijdens het stappen, maak je als je aan de linker kant loopt een krappe bocht naar links. Geef je paard de ruimte met het touw. Hierbij heb jij de binnenbocht, en je paard de buitenbocht. Hierdoor heeft het al meer afstand gekregen van jou. Zodra jouw paard je dus inhaalt, maak je een bocht. Is dit probleem extreem, pak je je halstertouw en draai je er rondjes mee. Het paard zal dan oppassen voor het touw, en neemt afstand. Zodra jouw paard zijn tempo minder maakt, stop je met het draaien van je touw. Doet jouw paard dit weer, draai je weer met het touw. Wilt het paard je écht inhalen en denk je m niet meer te houden pak je je touw weer, draai er rondjes mee, en zodra het dan écht dichtbij komt zal je paard merken dat het touw op zijn neus komt. Geen prettig gevoel, en zal weer afstand nemen.

Herhaal continue het halthouden, zowel als je aan de linker kant sta als de rechter kant. Probeer geen druk op het touw te hoeven zetten, en geef je paard maar eens een aai als het goed stopt. Je kunt er eventueel een spelletje van maken door eens balkjes neer te leggen of een slalom te maken. En als het écht goed gaat kan je dit ook eens proberen zonder touw. Als je je paard op een later moment weer eens uit de wei haalt om begeleid, kan je tussendoor af en toe eens halthouden. Corrigeer je paard weer door het achterwaarts te zetten zodra het weer iets te veel naar voren pas stopt. Het paard zal op je letten, jij bent immers de leider.


--------------------------------------------------------